Fietsvaardig zijn tot je 100ste

26-02-2026 304 keer bekeken

Wat zijn de gevolgen van veroudering op fietsgedrag? Jetty de Vries en Karin Broer onderzochten dit vraagstuk, samen met de Rijksuniversiteit Groningen (RUG) en met steun van het Regionaal Orgaan verkeersveiligheid FryslĂąn. Drie jaar lang volgden zij een groep senioren op de fiets.

Om meer te weten te komen over dit bijzondere onderzoeksproject, interviewde het landelijk bureau Karin Broer (journalist en mede-initiatiefnemer) en Bastiaan Sporrel (PhD-onderzoeker verkeerspsychologie aan de Rijksuniversiteit Groningen).

Onderaan het artikel vind je een link naar de brochure Blijven Fietsen met de onderzoeksresultaten.

1. Hoe is het onderzoek tot stand gekomen?

In de coronatijd hebben Jetty de Vries en Karin Broer de Doortraproutes bedacht. “Wij houden allebei van pionieren”, aldus Karin. Door het opzetten van die eerste Doortraproutes hadden ze contact met zo’n 1.000 senioren. Jetty en Karin zagen dat als een kans. Samen gingen ze in gesprek met de provincie Fryslñn, waar ze hun idee pitchten om een groep senioren over langere tijd te volgen. Parallel voerden ze hierover ook een gesprek met Dick de Waard, professor verkeerspsychologie en mobiliteitsbehoud aan de Rijksuniversiteit Groningen.

2. Wat wilden jullie onderzoeken met het volgen van een groep senioren?

Karin: “De insteek was: wat gebeurt er met fietsen als je ouder wordt? En hoe blijf je zo lang mogelijk fietsen?” Het contact en de wisselwerking met senioren waren daarbij heel belangrijk. Zo legden ze de vraag nadrukkelijk ook bij de deelnemers zelf: wat wilden zij eigenlijk weten? En hoe denken zij over ouder worden en fietsen?

Wetenschappelijk gezien bracht het werken met een groep andere uitdagingen met zich mee dan een labonderzoek, waar deelnemers één voor één langskomen. Tegelijkertijd leverde die wisselwerking tussen deelnemers veel onverwachte inzichten en nieuwe aanknopingspunten op. “Een hardcore wetenschapper zou misschien zeggen dat de deelnemers elkaar te veel beĂŻnvloeden, maar wij hebben die interactie juist ervaren als een meerwaarde”, aldus Bastiaan.

3. Welke resultaten sprongen er het meest uit?

Volgens zowel Bastiaan als Karin was dat het verschil in opstapgedrag tussen mannen en vrouwen, wat ten dele lijkt te verklaren door de zadelhoogte van de fiets, menen zij. Een meerderheid van de vrouwen in het onderzoek (88 procent) kon niet met de voeten bij de grond en stapte al steppend op de fiets. In tegenstelling tot de mannen, die in de meeste gevallen wel met de voeten bij de grond konden en zittend opstapten.

Bastiaan zegt dat hiermee winst te behalen valt in de adviezen over fietskeuzes voor oudere dames, omdat het zadel vaak niet ver genoeg omlaag kan om met de voeten aan de grond te komen. De fiets is dan te hoog.

4. Wat is de veiligste manier van opstappen: steppend of zittend?

“Over wat de veiligste manier van opstappen is, bestaat momenteel nog geen consensus in de wetenschap”, licht Bastiaan toe. Uitsluitsel hierover vraagt om meer onderzoek.

5. Jullie hebben ook de verschillen over drie jaar tijd gemeten. Wat kwam daaruit?

De onderzoekers volgden eenzelfde groep fietsers door de jaren heen. In de loop van drie jaar is de fietsvaardigheid van deze deelnemers stabiel gebleven. De fietssnelheid en ‘slingergrootte’ bleven nagenoeg hetzelfde. "Terwijl vanuit de algemene literatuur de verwachting vaak is dat deze afneemt naarmate je ouder wordt, door een combinatie van verlies aan spierkracht, cognitief vermogen en motorische controle,” benadrukt Bastiaan.

De conditie van de geworven deelnemers kan hier van invloed zijn geweest. De meesten fietsten nog regelmatig. Bastiaan voegt daaraan toe dat grote veranderingen in fietsvaardigheid ook samen kunnen hangen met ingrijpende levensgebeurtenissen, zoals langdurige ziekte of een val. “Dit zien we ook terug in de literatuur over loopvaardigheid bij ouderen.” 

6. Wat vonden de deelnemers zelf van het onderzoek?

De deelnemers kijken er met veel plezier op terug. Voor velen was het samenzijn met de andere fietsers de reden om aan alle metingen mee te doen. Tijdens de wachtmomenten kwam dat goed uit: die werden gezellig vol gepraat. Onder sommige deelnemers zijn zelfs vriendschappen ontstaan. “Dat was een mooie bijvangst”, zegt Karin opgewekt.

7. Wat willen jullie meegeven over werken met ouderen?

Het is belangrijk om goed te luisteren naar wat senioren zelf te vertellen hebben. “Een gebruiksaanwijzing bij het leven komt goed van pas bij het werken met ouderen”, geeft Karin mee. Leg de focus op wat ouderen nog wĂ©l kunnen. Daarmee kunnen we hen aanmoedigen om veilig te blijven doortrappen.
 

Brochure 'Blijven Fietsen'


Benieuwd naar alle onderzoeksresultaten? Bekijk de brochure van het onderzoeksproject 'Blijven Fietsen' via de onderstaande knop: 

Naar brochure

Cookie-instellingen